De traditie van de kerststallen door de eeuwen heen

‘Een os kent zijn bezitter, en een ezel de krib zijns heren; maar Israël heeft geen kennis, Mijn volk verstaat niet.’ Deze woorden van de profeet Jesaja hebben Franciscus van Assisi, volgens een aantal bijbelwetenschappers, in het begin van de 13e eeuw ertoe bewogen deze dieren toe te voegen aan de levende kerststal, waarmee hij het ongeletterde publiek het verhaal over de geboorte van Jezus wilde verduidelijken. De os en de ezel hebben het imago dat ze dom en lui zijn, maar dierenliefhebbers zijn het daar niet mee eens. Die wijzen op de kracht van de os en de intelligentie van de ezel. Dat wordt in bovenstaande bijbeltekst benadrukt, maar evenzeer dat het volk geen kennis heeft. En tot dat volk wendde de volksprediker zich.

Franscisus van Assisi werd in 1182 geboren als zoon van een koopman. Hij kende een rijk en ridderlijk leven, vol drank en plezier. Krijgsgevangenschap en ziekte veranderden zijn leven. De vrolijke Frans werd een bedelende en predikende broeder. Hij ging op een houten kistje op het dorpsplein de gewone burger de blijde boodschap vertellen. Dus aan het gewone volk dat traditioneel niet in de kerk kwam. Het was ook zijn idee om het kerstverhaal te gaan spelen. Zelf beleven hoe het in Bethlehem eraan toe moet zijn gegaan en de gewone burgerij erbij te betrekken. Dit werd z’n groot succes dat dit een terugkerend evenement werd. Ook ging men in kerken het kerstverhaal uitbeelden door middel van houten beelden. Al snel zorgen de Franciscanen, Dominicanen en de Jezuïeten voor de verbreiding van de kerststal door Europa. Al is het de vraag of men dezelfde bedoeling had als Fransciscus van Assisi. Desondanks nam de kerststal al vroeg een bijzondere plaats in de rooms-katholieke kerken en huisgezinnen in.

Herkenbare dieren

Maar even terug naar de overweging van Fransciscus van Assisi. Aan herders en schapen had hij geen gebrek, want die waren er in die tijd voldoende. Om zijn levende kerststal dichter bij het volk te brengen, voegde hij daar een os en een ezel aan toe. Dat waren in die tijd de lastdragers van de armen en dus voor hen herkenbare dieren, die Fransciscus een functie gaf in de stal. Zij waren daar om met hun adem het kindeke Jezus te verwarmen.

Albert van Appeldoorn uit Bemmel is een verwoed verzamelaar van kerststallen en die brengt hij via deze website, kerststallen.com, aan de man. Als iemand naar zijn verzameling komt kijken om een kerststal te kopen, weet hij de geschiedenis van het ontstaan boeiend en haarfijn te vertellen. Ook Fransciscus van Assisi komt in zijn verhaal ruimschoots aan bod.
‘Helaas kennen wij de symboliek in het kerstverhaal bijna niet meer. Vraag maar eens aan een willekeurig iemand waarom er drie koningen in voorkomen, en geen vier of zes? Ze zullen het antwoord schuldig blijven. In mijn toelichting vertel ik altijd dat de komst van Christus in het oude testament bij de profeten wordt als de Messias die de wereld komt verlossen. De drie koningen staan symbool voor de gehele wereld. Op het moment dat het evangelie geschreven werd was de wereld niet groter dan drie werelddelen. Europa, Azië en Afrika. Daar komen deze koningen vandaan, zij hebben de ster gevolgd tot Bethlehem en gingen naar het hof Herodes om te vragen waar het koningskind geboren was. En natuurlijk was dat niet daar en trokken zij gezamenlijk verder. Iedere koning op zijn eigen vervoermiddel uit die tijd. Een paard uit Europa, een olifant uit Afrika en een kameel uit Azië.
Zij vinden het Christuskind gewikkeld in doeken en een kribbe, de voederbak van de os. De os was er natuurlijk niet om het kind warm te houden, neen, de os staat symbool voor het heidendom. Daar was Christus welkom, niet bij het Joodse volk waar de ezel symbool voor staat. Daarnaast zien we de dieren van het nomadenvolk, de herders, die met hun vee onderweg zijn. Dat er onder invloed van Franciscus vele andere dieren in de Italiaanse kerststal voorkomen is zeker niet verwonderlijk. Kippen, ganzen, vogels, geiten en bijvoorbeeld katten. Daarmee probeerde hij zoveel als mogelijk het dagelijkse en voor de mensen herkenbare leven uit te beelden.’

Alleen herders

In de evangeliën wordt geen melding gemaakt van een os en een ezel. Zelfs niet van schapen. Die waren immers door de herders in het veld achter gelaten. Toch moeten deze beesten langzaam aan een plaats hebben gekregen in de vroegchristelijke vertellingen. In een apocrief evangelie uit de 8e eeuw na Christus schrijft een zekere Mattheüs (dus niet de Bijbelse Mattheüs): ‘Op de derde dag na de geboorte verliet Maria de grot en ging een stal binnen. Daar legde zij het kind in de kribbe en de os en de ezel aanbaden Hem zonder ophouden.’ Zo werd vervuld wat de profeet had gezegd: ‘Tussen twee dieren zult gij geopenbaard worden.’

In later eeuwen is de symboliek van de os en de ezel verwaterd. Desondanks bleven deze dieren een belangrijke rol vervullen in de kerststal. Zelfs in landen waar ze geen bepalende rol spelen. Daar worden dan wel vaak lokale dieren aan toegevoegd.
We geven u een paar voorbeelden:

Burundi. Ezels zijn er niet in Centraal-Afrika, alleen in de door RK-missionarissen ingevoerde Europese kerststal. Daarnaast zijn er nu meer en meer zelfgemaakte stallen in de kerken, met op hun manier gemaakte beelden: een zwarte Jozef en Maria, een schaapherderfamilie, koeien, schapen en geiten.
Filippijnen. Ook hier veel Europese en geïmiteerde kerststallen met os en ezel, al vind je hier zelden ezels. In meer volkseigen, creatieve kerststallen zie je al eens een waterbuffel in plaats van een os. Maar in de Filippijnen concentreert men zich niet zozeer op de stal zelf als wel op de ster. Een os en een ezel zijn eerder een toevalligheid.
Hong Kong. Terwijl de ezel onbekend is in Zuid-China, wordt de os wel vaak gebruikt in de kerststal, tezamen met nog meer koeien. In een stad als Hong Kong kent men eigenlijk geen dieren - je ziet hier ook vaker in plaats van stalletjes stedelijker versies van het kerstgebeuren in een achtergrond van buildings.
Venezuela. Net zoals de kerstboom die ze van ‘ons’ overgenomen hebben, hebben de os en de ezel, die ze goed kennen hier, traditioneel een plaats in de kerststal. Maar naast allerlei lokale dieren, van konijnen en kippen tot lama's. Als er maar veel kleur en beweging is. De uitzonderlijke positie van de os en de ezel zoals bij ons kennen deze mensen niet.
In een groot gedeelte van de protestantse kerken is de kerststal, die Fransciscus van Assisi zag als een gelijkenis zoals Jezus die vaak in de Bijbel gebruikte, nooit ingeburgerd. Mede omdat het gebruik van beelden in de godsdienstoefening wordt afgewezen. In de rooms-katholieke kerken wordt dit gebruik nog volop in ere gehouden. Maar om met Albert van Appeldoorn te spreken: ‘Kent men de symboliek van het kerstverhaal nog wel?’